Scheikundige of natuurkundige verschijnselen.....? Bij een scheikundig (chemisch) proces veranderen de stoffen: er ontstaan nieuwe stoffen. Bij een natuurkundig proces verandert alleen de toestand van de stof (vast, vloeibaar of gas). Als je dit lastig vindt bekijk dan de video's (alleen op PC):
 
 
 
Alle stoffen die je in het dagelijks leven of in de natuur tegen komt, zijn mengsels, sommige mengsels zijn homogeen. Het mengsel heeft dan in ieder plek dezelfde samenstelling.
 
Voorbeelden van homogene mengsels
 
Lucht is een homogeen mengsel van ongeveer 18 % zuurstof, 80 % stikstof een beetje waterdamp en kleine beetjes andere gassen : edelgas, kooldioxide.
Cola is een homogeen mengsel van suiker, water, fosforzuur, kooldioxide, smaak- en geurstoffen in water.
Roestvrij staal is een homogeen mengsel van ijzer, chroom, nikkel en koolstof.
Thee is een homogeen mengsel van smaakstoffen en water.
 
 
De meeste mengsels zijn heterogeen. Vaak dispersies. Dat wil zeggen: grovere deeltjes verdeeld in een andere stof.
 
Voorbeelden van heterogene mengsels.
 
Verf is een fijne verdeling van deeltjes kleurstof en bindmiddel in water of in terpentine.
Slagroom is een fijne verdeling van luchtbelletjes in room.
Schuim bestaat uit luchtbelletjes verdeeld in water.
Waterdamp of mist bestaat uit fijne druppeljes water verdeeld in lucht.
Roomijs bestaat uit kleine stukjes ijs verdeeld in room.
  Rook bestaat uit fijn verdeelde roetdeeltjes (koolstof) in lucht.
100x150-3 Melk is een fijne verdeling van vetbolletjes en eiwitdeeltjes in water.
  Mayonaise is een fijne verdeling van oliedruppeltjes en eiwitdeeltjes in water.
 
Als we een mengsel willen splitsen in zuivere stoffen, dan gebruiken we een fysische scheiding:
scheidingmodel
 
In het laboratorium veel toegepaste fysische scheidingstechnieken:
 
Filtratie: kleine deeltjes gaan door het filter heen, grote deeltjes blijven achter. Er bestaan filters in allerlei maten en soorten.
Bij dunne laag chromatografie laten we een vloeistof (eluens) door de laag lopen. Goed oplosbare stoffen (die weinig aan de drager hechten) gaan mee met het eluens. Andere stoffen blijven meer of minder achter. Zo worden ze gescheiden.
Bij extractie schudden we 2 niet mengbare vloeistoffen. De opgeloste stoffen zitten daarna in de laag waarin ze het beste oplossen.
Dialyse is de scheiding door een membraam: heel keline deeltjes gaan er door, iets grotere blijven achter.
Bij destillatie verdampt de meest vluchtige stof en condenseert weer in de koeler.
En verder....

Verder kun je hier meer voorbeelden van mengsels en scheidingstechnieken vinden.
En je kunt de testen maken. De eenvoudige of de iets moeilijkere. En dan is er ook de kruiswoordpuzzel hoofdstuk 1...